Ik beken. Tijdens de verkiezing voor de Stripmaker des Vaderlands heb ik gestemd op Margreet de Heer. Een makkelijke keus. De plannen van de andere drie kandidaten waren in mijn ogen varianten op het vertellen van het publiek dat strips echt (echt, heus, geloof ons nou) heel leuk zijn en dat iedereen ze daarom moet gaan lezen. Een pleidooi dat ik al veertig jaar hoor en nog nooit enig langdurend effect heeft gesorteerd. De Heer was de enige die haar pijlen naar boven had gericht. Zij wilde zich hard maken voor stripboeken op de leeslijst. Dat leek me een even ambitieus als zinvol plan, want als het slaagde, kende het een aantal belangrijke voordelen. Allereerst het feit dat wij van WC-eend niet langer als enigen zouden roepen dat WC-eend fantastisch is. Dat we daarin voortaan geholpen zouden worden door docenten die het weer aan hun leerlingen konden doorgeven was een fijne tweede. En mochten scholen strips omarmen, dan zou dat beslist helpen om het aanzien van de strip te verbeteren. Strike three! Maar het beste aan het hele plan was misschien wel dat het zowaar kans van slagen had. Dankzij de combinatie van een oprukkende ontlezing, overbelaste docenten en een goed aanbod aan moderne, Nederlandstalige graphic novels, leek de tijd er rijp voor.

Een enthousiast ontvangst

Margreet de Heer won, werd Stripmaker des Vaderlands en hield zich aan haar belofte. Op een druilerige woensdagmiddag in november 2018, vond bij boekhandel Scheltema in Amsterdam de presentatie plaats van de gids Graphic novels voor de leeslijst. Hij was samengesteld door De Heer, daarbij geholpen door de docent Nederlands Willard Mans en Comiclopedia beheerder Bas Schuddeboom. Graphic novels voor de leeslijst bevat 55 titels van oorspronkelijke, Nederlandstalige graphic novels die scholieren op het voortgezet onderwijs op hun leeslijst kunnen zetten en voor elk boek is een aantal vragen geformuleerd zodat docenten direct aan de slag kunnen. Inmiddels zijn we vier maanden verder en kunnen we iets zeggen over de ontvangst van deze gids.

Dit betekent niet dat de stripwereld nu gezapig achterover kan leunen, toekijkend hoe strips de wereld veroveren

In een interview met de 9e Kunst vertelden Margreet de Heer en Robin Vinck – één van de mensen achter de Stripmaker des Vaderlands – dat de respons beter is dan ze hadden verwacht. In plaats van terughoudend, reageerde men in het onderwijs enthousiast. Docenten omarmen elk initiatief dat ze helpt om leerlingen aan het lezen te krijgen en dankzij de gids kunnen ze nu aan de slag met strips. Niet alleen omdat het een lijst bevat van 55 Nederlandstalige stripboeken, maar ook omdat ze als graphic novels zijn aangemerkt, waardoor zelfs voor leken duidelijk is dat het hier gaat om het literaire genre binnen de strip. Veel stripliefhebbers hebben weliswaar moeite met het apart onderscheiden van de graphic novel, maar docenten zijn er blij mee. De meeste scholen eisen namelijk dat boeken op de leeslijst Nederlandstalige literaire werken zijn en met de gids in de hand kunnen docenten eenvoudig onderbouwen dat de opgenomen strips aan de eisen voldoen.

Lezen nr. 1, 2019
Lezen nr. 1, 2019

De eerste slag is dus gewonnen, maar dat betekent niet dat de stripwereld nu gezapig achterover kan leunen, toekijkend hoe strips de wereld veroveren. Integendeel, dit is juist het moment om door te pakken. Afgelopen week verscheen de nieuwe Lezen (een tijdschrift over lezen en leesbevordering), waarin Annemarie Terhell met de gids in de hand te rade ging bij onze zuiderburen en ontdekte dat daar mensen met ervaring rondlopen. Gino Bombeke met name, vakbegeleider Nederlands voor Katholiek Onderwijs Vlaanderen en lerarenopleider bij de Katholieke Universiteit Leuven. Bombeke stipt in het artikel twee punten aan die tot nu toe nagenoeg onder de radar zijn gebleven: het lezen van strips moet je leren en stripboeken hebben meer kwaliteiten dan enkel literaire. Als we willen voorkomen dat de opgebloeide interesse volgend jaar al oud nieuws is, zullen we docenten deze inzichten moeten meegeven.

Geen illustraties, maar tekeningen

Kennis van en waardering voor stripboeken is buiten de stripwinkel nog altijd zeer gering. Als uitgever loop ik hier regelmatig tegenaan. De meest gehoorde vraag van boekhandelaren, is waar graphic novels eigenlijk horen te staan in de winkel. Als ik vraag of ze er wel eens een gelezen hebben, wordt mij steevast op diplomatieke wijze duidelijk gemaakt dat ze wel iets beters te doen hebben. Blijkbaar zijn stripboeken interessant als handelswaar en/of leuk voor de diversiteit, maar vindt menig verkoper ze nog altijd te min om zelf te lezen. Het is niet denkbeeldig dat veel docenten daar ook zo over denken. Ik vermoed dat dit zijdelings te maken heeft met een ander fenomeen dat ik de afgelopen jaren ontdekte, namelijk het feit dat veel mensen tot mijn stomme verbazing geen onderscheid maken tussen een strip en een geïllustreerd verhaal.

Bij het lezen van een strip is het gebruik van de eigen fantasie niet overbodig, maar juist noodzakelijk

Volgens de Van Dale is een illustratie een “toelichting” of “verduidelijking”. Bij een geïllustreerd verhaal zijn de tekeningen dus ondersteunend, maar niet noodzakelijk. Daarmee is een geïllustreerd verhaal bijna het tegenovergestelde van een stripverhaal, dat zich immers kenmerkt doordat tekst en beeld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Haal één van de twee weg en het verhaal wordt onnavolgbaar. Als je eenmaal beseft dat veel mensen denken dat strips gewoon verhalen met illustraties zijn, dan snap je ineens ook waarom diezelfde mensen zo’n lage dunk hebben van strips en waarom ze hun desinteresse zo vaak verdedigen met het argument dat ze liever hun eigen fantasie gebruiken. Deze mensen hebben zeer waarschijnlijk nooit beseft dat je bij een strip niet alleen de tekst, maar ook de tekeningen moet ‘lezen’. Een handeling die de inzet van de eigen fantasie niet overbodig, maar juist noodzakelijk maakt. Dat zoveel mensen hier nooit bij hebben stilgestaan, vormt niet alleen een sterk pleidooi voor het toevoegen van stripboeken aan de leeslijst, maar ook voor het bijscholen van docenten.

Toen-David-zijn-stem-verloor
Een rustmoment in “Toen David zijn stem verloor” (Judith Vanistendael)

Een strip lezen is onthaasten

Het belangrijkste dat de aspirant striplezer moet leren, is langzaam lezen. Door handelingen, beschouwingen en overpeinzingen af te wisselen, creëert een romanschrijver tempowisselingen die zich automatisch ontvouwen, zonder dat de lezer haar of zijn leestempo hoeft aan te passen. Een stripauteur heeft die luxe niet. De strip kent weliswaar meerdere manieren om het tempo aan te passen, maar allemaal werken ze alleen als de lezer ze herkent en honoreert. De meest gebruikte methode om de lezer tot rust te manen, is bijvoorbeeld het gebruik van brede afbeeldingen, met veel decor en zonder tekst. Monogame romanlezers hebben daar in het begin nog weleens moeite mee. Die zijn geneigd om de beelden voor kennisgeving aan te nemen en zo snel mogelijk door te stomen naar de volgende tekstballon. Een tekstloze afbeelding levert bij hen geen vertraging, maar juist een versnelling op. Alsof je een film bekijkt en op fast forward drukt zodra iedereen zijn mond houdt. Je kunt je voorstellen dat dat de beleving niet ten goede komt, en des te beter de strip, des te groter de impact. Als striplezer kruip je tegelijkertijd in de rol van regisseur en acteurs en voor de beste ervaring dien je je leestempo af te remmen, zodat de strip de kans krijgt zich te ontvouwen en de fantasie zijn werk kan doen. Op die manier veranderen tekstloze passages in momenten van rust, komen dialogen tot leven en onthullen afbeeldingen verborgen boodschappen. Dat laatste gebeurt door het ‘lezen’ van de tekeningen, eveneens een handeling die enige oefening vergt.

Het is misschien wel het meest magische aspect aan strips: dat de tekeningen tijdens het lezen tot leven komen en veel meer betekenis en emoties blijken te bevatten dan je voor mogelijk hield

Bij het tekenen van een strip is het niet zo dat elke afbeelding het onvermijdelijke gevolg is van de vorige en dat de pagina zich als vanzelfsprekend vult met de juiste tekeningen. Elke pagina begint als een blanco vel papier en elke lijn is het resultaat van een keuze. Die kan zo persoonlijk zijn als een tekenstijl en zo basaal als het aantal stroken per pagina. Wie slim gebruik maakt van die keuzes, kan meer informatie in de tekeningen stoppen dan de lezer op het eerste oog ziet om zo een unieke ervaring te creëren. Het is misschien wel het meest magische aspect aan strips: dat de tekeningen tijdens het lezen tot leven komen en veel meer betekenis en emoties blijken te bevatten dan je bij het doorbladeren voor mogelijk hield. Door verschillende soorten stripboeken te lezen, ontdek je dat die magie niet alleen kan worden opgeroepen met de tekenstijl, maar dat er nog zoveel andere aspecten meespelen. Een eenvoudig voorbeeld vinden we in Vincent van Barbara Stok. De tekenstijl van Stok oogt simpel en zal niet bij iedereen hoge verwachtingen wekken. Toch weet Stok met eenvoudige middelen veel te vertellen. Als Vincent de eerste keer zijn grip op de realiteit verliest, zien we hoe zich stipjes en spiraaltjes om zijn hoofd vormen. Vanaf dat moment weet de lezer dat stipjes en spiraaltjes de geestelijke gesteldheid van Vincent verraden. Door te spelen met de hoeveelheid, weet Stok nauwkeurig aan te geven hoe het Vincent vergaat, zonder dat ze er woorden aan vuil hoeft te maken. Simpel, maar uiterst effectief.

Vincent
Vincent van Gogh op een slechte dag in “Vincent” (Barbara Stok)

Het gebruik van dit soort emoji-achtige beeldtaal is maar één voorbeeld van wat er mogelijk is. Tempo, camerawerk, kaders, pagina indeling, belichting, décors, de omgang met tijd, wat je te zien krijgt, of juist niet… alles kan gebruikt worden om gelaagdheid aan te brengen in het beeld en zodoende meerdere boodschappen in een afbeelding of pagina te stoppen. Het kan van grote invloed zijn op de leeservaring en de algehele waardering van het verhaal. Hoe meer je daarom weet en begrijpt van de instrumenten van de stripmaker, hoe groter de kans dat je ze herkent, op waarde kunt schatten en er zinvolle vragen over kunt stellen. In boeken als De onzichtbare kunst (Understanding Comics) van Scott McCloud en Stijloefeningen (99 Ways to Tell a Story) van Matt Madden wordt hier veel over uitgelegd. Maar een boek is natuurlijk nog geen lesmateriaal.

Tijd voor een handleiding

Het zou mooi zijn als er naast de gids een handleiding zou verschijnen waarin docenten (beknopt) uitleg krijgen over de unieke stijlmiddelen binnen de strip, voorzien van voorbeelden uit boeken die te vinden zijn in de gids. Er is ongetwijfeld ruimte voor meer materiaal, maar als eerste vervolgstap lijkt me dat een goede keus. Het is de vraag wie zich geroepen voelt de handschoen op te pakken. In de mondjesmaat georganiseerde Nederlandse stripwereld is de Stripmaker des Vaderlands misschien wel de meest voor de hand liggende kandidaat, maar die heeft al aangegeven andere plannen te hebben. De boekenwereld voelt zich vast niet geroepen, dus blijft het bekende kat-uit-de-boom-kijken over, waar de Nederlandse stripwereld zo in uitblinkt. Bij de 9e Kunst kriebelt het. Wordt vervolgd.

 

De omslagillustratie bij dit artikel is een uitsnede van het omslag van “Understanding Comics” door Scott McCloud

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here